Poppenfilm

De poppenfilm vindt zijn oorsprong in de eeuwenoude Europese traditie van het poppentheater. Amateurfilmer Harry Schäfer maakte prachtige poppen die figureren in zijn animatiefilms. Één van zijn zelf geproduceerde juweeltjes, De sleutel van de psychiater (1975), levert commentaar op de popularisering van de psychiatrie. Dat de poppenfilm zich goed leent om de samenleving te bekritiseren bewijst ook Otto Laan. Zijn film De Klos (1964) maakt hij tijdens de Tweede Emancipatiegolf in de jaren 60 van de vorige eeuw. Onder de loep liggen het huwelijk en vrouwen(on)geluk. 

Pixilatie

Pixilatie blijft dichtbij de realiteit doordat mensen de geanimeerde objecten zijn. In Grand Ballet de Balais (1955) spelen amateurfilmer Emile Brumsteede en zijn vrouw de hoofdrol. De ritmische montage in "Groot ballet van de bezems" geeft de dagelijkse schoonmaak de illusie van een ballet. 

 

 

 

 

 

 

 

Tekenfilm

Celanimatie wordt vaak gebruikt om het maken van tekenfilms te vereenvoudigen. Bij deze techniek tekent de maker de bewegende delen van de animatie op doorzichtige vellen, of "cells". Het voordeel is dat er zo minder tekeningen nodig zijn, omdat de cells bij eenzelfde beweging opnieuw gebruikt kunnen worden. Jan van Weeszenberg laat zijn ervaring met deze techniek prachtig zien in De Appel (1999). Een andere manier om tekenfilms te maken is door losse onderdelen beeld voor beeld te animeren onder de camera. Dit wordt ook wel cut-out animatie genoemd. Een voorbeeld hiervan is de film Op Stap (1964), gemaakt door Joop de l'Ecluse. Op het NOVA-festival in 1964 wint Op Stap de derde prijs in de categorie tekenfilm. Een meer artistieke benadering van de tekenfilm zien we in De zee en het land (1955). Hierin ondersteunen de beelden een voordracht van het gedicht 'de Overstroming'.